lijst van werken
vorige bladzijde




„Veel droefheid blijft uw hunkrend hart behoren,
doch gij behoort zijn bitter pijnen niet,
en onaanraakbaar in uw eenzaamheid verloren
zingt gij de stille sterkte van uw lied.

Vervuld is u mijn Woord. Doch onvervulder
dorst gij naar heemlen, door uw zuiver hart bekoord,
en rusteloos besprongen door demonen, doolt gij, dulder,
– doch zonder vrezen – tot uw einde voort,

doolt gij – hoe in uw schoonste schroom gehavend,
mishandeld en gehoond, toch uwe rampen vreemd –
tot gij, o minnaar, eens ten heldren zomeravond
met God en ’t Al voor eeuwig wordt vereend . . .”











21






















volgende bladzijde
inhoudsopgave


aangemaakt: 04-10-2000 Copyright © 2010 by
R. Bruning en Th. Bruning
copyright
laatste aanpassing: 06-03-2010