lijst van werken
vorige bladzijde




De avondbomen met t ijl lentelover schenen
toen t vuurwerk wit opsprong beijzeld filigraan;
plots sloeg een groene gloed er overhenen
en zagen wij droomstil een zomer opengaan

en weer misvormd. Maar hoog en roerloos waren
de bomen wisslend winter, zomer en hun teerst begin;
wild vlamde en flakkerde t rond de kleine blaren,
doch windstil rees hun stam zijn eigen stilte in

en wisselde windstil in het doorbliksemd duister
en t nachtlijk feestrumoer van tooi en schoonst gewin,
z onaanrandbaar, als de ziel die in zichzelve luistert
en weet: wat hier geschiedt is weldra zonder zin.

Ach, ook ons schoonste wrde is van de ziel geen teken,
en zegt maar wat verganklijk, buitenst leven is,
en zegt maar dat de mens in deze aardse streken
de kleine plicht volbrengt, die hem gegeven is.






18






















volgende bladzijde
inhoudsopgave


aangemaakt: 04-10-2000 Copyright © 2010 by
R. Bruning en Th. Bruning
copyright
laatste aanpassing: 06-03-2010