lijst van werken
vorige bladzijde




Ik ben mijn wanhoop in zo diepe vrede,
mijn schoonste blijdschap met een staag verdriet;
en elke rust is onrust – om de moeheid Zijner schreden,
en ’t felst torment, ach velde mijn zwakheid niét . . .

Ik dool mijn verten door als in een cel gevangen,
ontredderd in zichzelf schijnt wat ik ben en leef,
ontdelfd en losgestoten uit al samenhangen
is het alsof geen heul, o eenzaam hart, u bleef.

Doch ik dwaal onbevreesd in mijne tegendelen.
vertrouwd met al dit, en aan al dit vreemd,
mijzelve ver, en ver de heul der velen
en toch, hoe in mijzelf verdoold, met allen diep vereend.

Ik ben mijn wanhoop in zo diepe vrede,
mijn schoonste blijdschap met een staag verdriet:
elke verkorenheid sloeg met verworpenheden, –
in alles heb ik God, en toch, o God, U niet . . .






17






















volgende bladzijde
inhoudsopgave


aangemaakt: 04-10-2000 Copyright © 2010 by
R. Bruning en Th. Bruning
copyright
laatste aanpassing: 06-03-2010