lijst van werken
vorige bladzijde




Zonde en verlossing en al ’t goede en kwade, zij gewerden
mij wel, doch zij bezáten mij, wérden mijzelve niet:
mijn ziel leeft in haar stilte – elders, verder, zoveel verder,
zij zwierf niet, vroeg niet, dierf geen goeden Herder,
zij rustte licht en helder als het Woord in ’t godlijk Lied –
een klein en zonlicht-overgoten, roerloos zomerriet.



*
*     *



En hoe bezoedeling en wroeging ketenden en schonden –
ergens bleef mij een stilt, door niets van dit geraakt,
daar was ik altijd vrede, vrijheid, kind Gods zonder zonde
en zonder onrust, en er is geen Wonde
en geen Verlossing die daar boeien slaakt, –
daar ben ik schuldloos Zijn, helder, onaangeraakt...





10






















volgende bladzijde
inhoudsopgave


aangemaakt: 04-10-2000 Copyright © 2010 by
R. Bruning en Th. Bruning
copyright
laatste aanpassing: 19-10-2010