lijst van werken
vorige bladzijde



D E   Z O M E R B E E K


Het water glijdt zoo peinzensstil
de velden door bij dag en nacht;
zoo helder, glinstrend en altijd
is het zichzelf, zichzelf gelijk,
door niets beroerd, of het ontgaat
wat groot en klaar weerspiegeld staat
in t wisslend, vlietend waterspel
de hemel en de wolken hel.

Het voegt zich onbevreesd en stil
de bedding langs en kent geen wil,
geen onrust, droefheid, niets dat stoort
t eenzelvig stroomen immer voort.
En t schoon en vruchthaar oeverland,
het kent het kleine water niet
dat volgzaam langs zijn randen vliet;
wat kent dit helder beekje wel
zelfs op zijn bodem roert geen plant
of wiegelt met zijn zacht geweld
o beekje, dat het al omspant...
Het is slechts stilte, die niet telt,
dit leven-zelf van t zomerveld...

Alleen de vischjes spelen
en verschieten in zijn diep,
de vischjes en de torren leven er
hun zacht-bevangen lied.

Het water glijdt zoo stil en klaar,
zoo onberoerd en niet herkend,



103





















volgende bladzijde
inhoudsopgave



aangemaakt: 22-04-2008 Copyright © 2010 by
R. Bruning en Th. Bruning
copyright
laatste aanpassing: 13-08-2011