lijst van werken
vorige bladzijde




             II

Toen, als een groot stil vaan
werd een windstreep ten hemel geheven;
diep onderaan
kwam een wolkje gedreven
speelsch als een meisje; alles glimlacht;
hoog dreef het door den hoogen zomermiddag.

Het steeg door den zengenden gloed
een roerlooze stilt tegemoet,
het steeg, en diep hing
als een vreemde zeebloem zijn spiegeling
overmeesterd, verwoest, bedolven
onder vuren zonnegolven.

Heel in de verte verdwijnt
het; ook de meeuwen waren verdwenen,
de windstreep vervloeide.
De hemel is klaar, en weer leeg; de hemel
en de zee zijn alleene
hun gespelen verdwenen.

Allen zijn moe en bang
van dit barre lichtgezang.










90





















volgende bladzijde
inhoudsopgave



aangemaakt: 22-04-2008 Copyright © 2010 by
R. Bruning en Th. Bruning
copyright
laatste aanpassing: 13-08-2011