lijst van werken
vorige bladzijde




D E   D O O D


            I

Wie was mij meer gemeenzaam in dit leven
en wie mij vreemder dan de goede dood,
hij heeft aan elke vreugd haar zuivre stem gegeven,
en geen heeft mij toch minder van mijzelf ontbloot.

Geen kwam zoo zonder vijandschap als deze,
geen heeft, mij naderend, oprechter liefgehad,
hij was het koele najaar, waarin vruchten rijpen,
het dorrend vallen van het nutloos wordend blad.

De nacht werd zacht en helder en de dag mij vreemder,
elk ding werd stil, als van zichzelf ontdaan,
ontledigd scheemren de vertrouwde, blonde beemden,
ontledigd levensveld, o, eindlijk henengaan!













48





















volgende bladzijde
inhoudsopgave




aangemaakt: 22-04-2008 Copyright © 2010 by
R. Bruning en Th. Bruning
copyright
laatste aanpassing: 13-08-2011