lijst van werken
vorige bladzijde




E C C E   H O M O


Zoo zonder deernis aan zichzelf gelaten,
mishandeld in zijn droef en nederig geduld,
droeg Hij den hoon, den rooden koningsmantel der soldaten,
waarin het botte grauw Hem had, gehuld.

En zijn gedachten zoeken moe de zijnen; Hij weet dezen
k zonder heul alleen, door het verraad gekweld
dat niet hun trouw verried en Hem niet had ontsteld
en hunne wroeging kwelt Hem dieper dan hun vreezen:

Hij weet hen, opgejaagd, ergens bij t jouwend rot,
gepijnigd door t getier als door henzelf bedreven,
zij zien hoe Hij mishandeld wordt, geslagen en bespot,
en kunnen toch de ban niet breken van hun vreezen;

niet vr Hij, aan het kruis geslagen,
doornen-gekroond, in nacht en dood alleen
ten toon hangt, zullen zij zich bij Hem wagen,
beschaamd en schuldig, en van smart versteend.

En later zullen zij Hem grafwaarts dragen
en met Hem dalen in dien laatsten dood,
vragend of dit het einde is, verdwaasd, verslagen
om dezen wezenloozen, steenen wereld-schoot,

deze spelonk, dit donker, in welks koude spleten
het vocht stil blinkt; ook zijn gelaat is stil
en ondoorgrondlijk: dood, verzonken in vergeten,
en zij voltooien t eind, verbijsterd, vlug en kil.



43





















volgende bladzijde
inhoudsopgave




aangemaakt: 22-04-2008 Copyright © 2010 by
R. Bruning en Th. Bruning
copyright
laatste aanpassing: 13-08-2011