lijst van werken
vorige bladzijde




      II

Ach, allen eischen, dat zijn liefde hun behoort,
en niemand die zijn hongren naar Uw tuinen hoort,

niemand, die ’t droef roepen van zijn hart verstaat,
dat men toch ingaan zou in Zijn genadestaat;

allen bevrijdt zijn spreken van hun diepst verdriet,
zij keeren naar hun steden, naar Uw liefde niet,

zij gaan en komen, en geen kwelt zijn pijn
om ’t ijdele gerucht, het vruchtloos samenzijn.

En elke stem die spreekt is als een riet dat breekt, —
bederf, dat langzaam langs den stengel leekt

en ook hemzelf ontzuivert, hem ontstelt ten dood —
waarom hij driemaal — driemaal vruchtloos — vlood.

En allen laat hij in zijn tuinen treên, vertreên,
hun schaamle liefde is zoo hulpeloos geween,

liefde die niet verstaat, die ledig ondergaat
langs het verwarde wachten van zijn zacht gelaat.

Hij had de eenzaamheid met U zeer lief,
zijn laatste zelfzucht, en Uw laatste grief.






40





















volgende bladzijde
inhoudsopgave




aangemaakt: 22-04-2008 Copyright © 2010 by
R. Bruning en Th. Bruning
copyright
laatste aanpassing: 13-08-2011