lijst van werken
vorige bladzijde




Z I J N   H A R T


Zijn hart was een koude, verlaten stal;
al jaren vermeden, een vergeten verval.

Het eenzaam geflonker, de droeve wacht
der ster had hem nimmer huiswaarts gebracht;
zijn hart bleef verlaten en donker.

Er knielde geen koning, geen stil, moe beest
dat niet meer dan zijn warmen asem heeft,

geen herder met schaapje; alleen het geween,
het geween van het Kindje weerklonk, het was zoo alleen
en de wind woei in alle spelonken,

de wind woei onhoorbaar, een langzame tocht
die zwart en verveeld een uitweg zocht

uit den stal, naar den nacht, en de dolende wind
woei koud en aanhoudend over t klagende Kind.
Zijn hart was verlaten en donker.

Het eenzaam geflonker, de droeve wacht
der ster had hem nimmer huiswaarts gebracht.














31





















volgende bladzijde
inhoudsopgave




aangemaakt: 22-04-2008 Copyright © 2010 by
R. Bruning en Th. Bruning
copyright
laatste aanpassing: 13-08-2011