lijst van werken
vorige bladzijde




D E   L A N T A A R N - O P S T E K E R


Hij is een kleine, oude man:
hij doet mij aan Zacheus denken.
En werd ook die niet, toen de Meester kwam,
een dier geringen die wij nooit gedenken.

Langzaam, over en weer, en elken avond, gaat
van paal tot paal, van straat tot straat
zijn sjofelheid:
die ziet niet op, die ziet nooit op:
zijn arbeid is gering en in een poovre wijk,
maar schamelst ’t aandeel aan het groote leven.

En hij weet niets van ’t zachte beven
der blijde kleine lichtjes die achter hem ontluiken:
zijn arbeid is gering: nooit was hij voor iets anders te
[gebruiken.
Even ziet hij omhoog als hij de lamp aantrekt
— daarna zakt weer zijn hoofd omlaag.
Hij niet,
en niemand ziet,
hoe ’n oogenblik het licht
stil om zijn schouders vlaagt.

Hij is een kleine oude man:
een jongen achter hem blaft
,,sjok — sjok — sjok’’.
Hij, in gedachten, altijd in gedachten, loopt met zijn langen
[stok
als ’n oude patriarch met zijn staf:
zijn hand omklemt hem blij en zacht,
zijn oog genegen en afwezig lacht.



21





















volgende bladzijde
inhoudsopgave




aangemaakt: 22-04-2008 Copyright © 2010 by
R. Bruning en Th. Bruning
copyright
laatste aanpassing: 13-08-2011