lijst van werken
vorige bladzijde




H E E R,    I K    R O E P    T O T    U . . .

Heer, ik roep tot U
uit de nauwe schacht mijner uren;
tot U roep ik
uit hun vruchtelooze eenzaamheid en eenderheid:
Mijn rusteloos dwalen is roepen om U en angstige
[opstandigheid:
het gedurige vallen der dooden zonder geluid, zonder geluid
[om ons heen,
en onze zonden en onze trots.

Ik roep tot U
Heer, uit deze afgronden van stilte:
in mijn hart is ’t eindeloos verlangen der geluidlooze
[hospitaalzalen.

De dag is nauw als het achterdek van een turfschip:
in de verten is de rijkdom der velden onbereikbaar en
[ongekend:
ik weet alleen de droef-verrimpelde gezichten,
den peinzenden sukkelgang der armen
die turven komen halen.
Heer, de dag is angstig-nauw
als de binnenplaats van een gevangenis:
in het kille licht tusschen d’onvruchtbare muren
troostelooze rondgang van vermoeide gevang’nen:
zij gaan naar de aarde gebogen
om niet te sterven van oneindigheidsdrift.
Heer, God, Gij zijt zoo ver.



15





















volgende bladzijde
inhoudsopgave




aangemaakt: 22-04-2008 Copyright © 2010 by
R. Bruning en Th. Bruning
copyright
laatste aanpassing: 12-08-2011