lijst van werken
vorige bladzijde




E E R S T E    L I E D

Ik ben geen toerist; met mijn Baedecker
wordt Parijs een eindelooze woestijn,
en de zware gewelven van de Arc de Triomphe
worden als een vijandig fort op een eenzame rotspunt.
Alleen bij la flamme éternelle was ik dat wel:
als alle andere toeristen boog ik mij even naar voren —
om te weten, hoe dit vlammetje niet wegwoei...

Ik ben maar een onrustig muschje op den grooten rug van
[een chimère.
Ik ben, o Maria met uw Kindje,
ik ben maar een muschje dat soms wegvliegen wil
naar den rand van uw vlammend raamrozet
om voor U beiden zijn onhandig liedje te gaan fluiten.

Ik ben maar liever een der velen van een stampvolle métro:
er is een arm vrouwtje
dat gelaten in het praten van het vrouwtje voor haar staart,
er is een zwart meisje
en haar donkere oogen dragen reeds de droefenis mee
van een Moeder van Smarten;
ik ben maar liever iemand die standvastig weet
hoe zich zoo veler levens droef verwikkelen.

Mijn werk is maar het werk van zoo'n jongen
die op een onvindbaar zolderkamertje ergens in Parijs
aandachtig een bootje timmert, —
en op een morgen zal hij het neerzetten, tusschen vele andere,
in den vijver van den Jardin du Luxembourg,
en niemand zal zijn bootje gadeslaan;



11





















volgende bladzijde
inhoudsopgave




aangemaakt: 22-04-2008 Copyright © 2010 by
R. Bruning en Th. Bruning
copyright
laatste aanpassing: 24-06-2010