lijst van werken
vorige bladzijde



                                 II

Een trotsche droom ging met uw dood verloren,
een hooge wil brak met uw sterven af,
gn heeft uw dood dieper in t hart gestken,
gn heeft uw droom met trotscher droom gewroken,
ach, allen vlon voor uw te hoog gezag.

Er klinkt niets,
niets vonkt en niets ketst,
geen staal en geen zwaard,
men zwetst
vaal en verjaard.
En men baant zich een baan naar een baan,
ons volk kan vergaan.

                                 III

Staan wij niet dr, o mijn zoon,
ons is de zn, de kou, de kracht, het begin!
en het hart, verbeten en hard, met zijn hoon,
zijn woedend-wanhopig gelf, zijn uwig begin,
zijn eeuwige stilte,
zijn te hooge zin.
Zijn onbrekelijk licht
en een zachte teedere lach
naar een schoon vergezicht.

                                *      *
                                    *

Gaan wij heen, o mijn zoon, van die schande,
staan wij met die stille getrouwen,
schouw in hun heldere oogen,
schouw naar hun eerlijke handen,



46





















volgende bladzijde
inhoudsopgave



aangemaakt: 07-01-2007 Copyright © 2010 by
R. Bruning en Th. Bruning
copyright
laatste aanpassing: 08-03-2010