lijst van werken
vorige bladzijde



JACOBS ONTWAKEN

Hij dwaalt ontsteld naar de velden,
zo droef is de dageraad
ach, waarom hebben Uw engelen
hem n nacht aangeraakt,
en hun lichte hemelse zingen,
hun dalen en bevende klimmen
zo snel, zo wreed gestaakt?

,,En nacht en een licht zo onwerelds
onthulde ons hemels verbond
toen ik sliep aan de voet van dien heuvel,
toen ik sliep in de diepte Uwer vreugden
en Uw engelen om mij vond,

Uw lichte, witte gezanten
met de glimlach van w gelaat . . .
. . . O drm waarom vloden zij wenend,
voor altijd, en spoorloos henen?
Ach, - waarom ben ik ontwaakt?

Nu is mij niets gebleven
dan de schande van mijn hart
(ik zag Uw Liefde, en mijn leven
dat zich nimmer gehl zal geven),
dan het eenzaam hart van Uw Smart . . .

Ach, wt heeft deez nacht mij gelaten,
dan d harde, hete pijn
dat ook wij, even gemeenzaam,
wordt elk ontmoeten heengaan? -
slechts eenzame vrmden zijn.

Hij dwaalt ontsteld naar de velden,
zo droef is de dageraad
,,Ach! wil mij zo bitter niet kwellen!
Waar zingen Uw witte gezellen?
Waar vind ik hun lieflik gelaat?











60
























volgende bladzijde
inhoudsopgave



aangemaakt: 04-05-2005 Copyright © 2010 by
R. Bruning en Th. Bruning
copyright
laatste aanpassing: 23-05-2010