lijst van werken
vorige bladzijde



ZIJN HART

Zijn hart was een koude, verlaten stal;
al jaren vermeden, een vergeten verval.

Het eenzaam geflonker, de droeve wacht
der ster had hem nimmer huiswaarts gebracht;
zijn hart bleef verlaten en donker.

Er knielde geen koning, geen stil, moe beest
dat niet meer dan zijn warme asem heeft,

geen herder met schaapje; alleen het geween,
het geween van het Kindje weerklonk, het was zoo alleen
en de wind woei in alle spelonken,

de wind woei onhoorbaar, een langzame tocht
die zwart en verveeld een uitweg zocht

uit de stal, naar de nacht, en de dolende wind
woei koud en aanhoudend over t klagende Kind.
Zijn hart was verlaten en donker.

Het eenzaam geflonker, de droeve wacht
der ster had hem nimmer huiswaarts gebracht.

























51
























volgende bladzijde
inhoudsopgave



aangemaakt: 04-05-2005 Copyright © 2010 by
R. Bruning en Th. Bruning
copyright
laatste aanpassing: 23-05-2010