lijst van werken
vorige bladzijde



THABOR-ABARIM

maar eenmaal zingt het droeve Kruislam dan?
bloeit weer het licht een hoog en stil heelal
in milde, ongekende overdaad:

hij liet dien verren, donker-woesten berg
Abarim
achter zich, en ademt mijmerend
de goede vrede van Uw blijde aarde,
zacht-lachend, stil verwonderd,
en met vochtig ogen.

het is gans stil, stil in de dorre donkre bergen achter, stil vr hem
in het lichte uchtendlike, mijmerende veld.
de daken rode bloemen bloeiend in der bomen donker-groene bladen
en maagdelik der rilde beken broze stengeltjes zich strengelen.

een koele zilvren tent de jonge lucht,
en zilvren dromend waast
een verre rimpelende zee van teder glanzend licht.

een z?

t ontloken hart een witte lichtbloem bevend opgericht,
een wit kind mijmrend spelend met nog witter Lam,
n eenzame vrmde, die glimlachend stamelt
,, ik wist niet dat Uw Licht z licht was
en z stil Uw Stilte,
zo eindloos stralend, diep, zee-diep Uw grondeloze Schoon,
en zo nabij, om mij, Uw goedertieren waken.
dit is
Uw paradijs-tuin
ongerept hersteld; dit is de droeve jeugd, door U
dieper dan ooit verblijd.
Laat ons hier wonen, Vader, Gij met mij.
Gij weet hoe diep mijn bloed om Vreugde zong,
hoe diep mijn leven in Uw Liefde drong,
hoe diep ge t diepst, t hart van mijn hart, nu wondt,
laat ons hier wonen Vader, eeuwig Gij met mij.
Wij zijn het blauw kanaal, Gij zijt de diepe bedding;
wij het stuurloos water in Uw diep gestild.








18
























volgende bladzijde
inhoudsopgave



aangemaakt: 04-05-2005 Copyright © 2010 by
R. Bruning en Th. Bruning
copyright
laatste aanpassing: 21-06-2010