lijst van werken
vorige bladzijde
26



H e t    B e e k j e


Ik zag het beekje niet stroomen,
het scheen enkel stilte te zijn,
een helder eenzelvig droomen
in de blijdschap der zonneschijn.

Het licht en hoorloos voortgaan
van het water is mij ontgaan
tot 'k een zwart takje, eenzaam,
over zijn fonkelende diepte zag gaan.

Maar toen ik het takje zag stroomen
ontging mij de stilt er om heen, -
ach, wij die dees wereld bewonen
zien het woelen der tijden alleen;

wie onzer op aarde verstaat er
het schoone geheimnis,
dat de wereld, als dit takj' in het water,
in Gods stilte bewegende is,

dat in God al het woeden der tijden
nauw hoorbaar is, een klein
en zonder gerucht verglijden
in Gods blijde eenzelvig zijn.

Ik zie het water niet stroomen
het takje gleed voorbij aan mijn pijn.
Er is enkel weer dit glanzend droomen
in de blijdschap der zonneschijn.



























volgende bladzijde
inhoudsopgave

aangemaakt: 27-09-2008 Copyright © 2010 by
R. Bruning en Th. Bruning
copyright
laatste aanpassing: 07-03-2010