lijst van werken
vorige bladzijde
17



G e e s t e l i j k    L i e d


O hooger droefheid, hooger vrede,
o eindlijk' enkelvoudigheid;
ontkluisterd aan de twist der rede
dwaal ik betooverd met u mede
voorbij de tweespalt en haar strijd.
O heldere eenzelvigheid...
Onaardsche aardschheid, kuische hemel,
gij zijt in mij en, onbestreden,
deelt gij al inniger u mede, -
o zeg mij, hoe dit enden zal,
zeg mij, want zie, de knoppen zwellen,
de bloesem breekt reeds 't zoet beknellen,
in zonlichts teedere overval, -
hier mag, hier mag geen kou nog kwellen,
hir stroom' de weelde los van 't rijpe zomerdal.
Zie, hoe 't l groent en 't alom loovert,
de zon haar schoonste glanzen toovert -
geuren en waaien overal;
O hoor, - een vogel! hoor zijn snelle
licht jubelen om aarde's schoon domein,
om heel dit schuldloos en veelvuldig groenen...

- Onaangeraakt, voorbij de bittere seizoenen,
n met de Aarde en haar blijdschap zijn!

O hooger droefheid, hooger vrede,
O eindlijke enkelvoudigheid,
onaardsche aardschheid, betreden, -
o, in u onvergankelijk zijn!...

Zo overweldigd zijn in ziel en zinnen...

Reeds hir zoo onuitblusschelijk beminnen...

Zoo onvolkomen, en zoo godlijk zijn...






















volgende bladzijde
inhoudsopgave

aangemaakt: 27-09-2008 Copyright © 2010 by
R. Bruning en Th. Bruning
copyright
laatste aanpassing: 07-03-2010