lijst van werken
vorige bladzijde
1



D e    Z o m e r b e e k


Het water glijdt zo peinzensstil
de velden door bij dag en nacht;
zoo helder, glinstrend en altijd
is het zichzelf, zichzelf gelijk, -
door niets beroerd, of het ontgaat
wat klaar of wild weerspiegeld staat
in ít wisslend vlietend waterspel -
de wolken en de hemel hel.

Het voegt zich onbevreesd en stil
de bedding langs en kent geen wil,
geen onrust, droefheid, niets dat stoort
ít eenzelvig stromen immer voort.

En ít schoon en vruchtbaar oeverland
bemerkt het kleine water niet
dat volgzaam langs zijn randen vliet;
wat kent dit helder beekje wel?
Zelfs op zijn bodem roert geen plant
of wiegelt in zijn stil geweld...
O beekje, dat het al omspant -
Het is slechts stilte, die niet telt,
dit leven-zelf van ít zomerveld...

Alleen de visjes spelen
en verschieten in zijn diep,
de visjes en de torren weven er
hun klein gelukkig lied.

Het water glijdt zo stil en klaar,
zo onberoerd en niet herkend,
en geen die langsgaat vraagt zich waar
het eenzaam van vertelt, -























volgende bladzijde
inhoudsopgave

aangemaakt: 27-09-2008 Copyright © 2010 by
R. Bruning en Th. Bruning
copyright
laatste aanpassing: 07-03-2010