terug naar werken Henri Bruning
vorige bladzijde



3

Wat rest hem van zijn blijde jeugd, met U, -
dit wild en kuis geluk der samenspraak, met U.

Alleen het stage weten, hoe t goede doelloos is
en stilte in deze wereld; deeuwge droefenis

van t donkre kerkje, t oud altaar, het grauwe wit
der ramen; t klein vertrek, waarin hij werkt en bidt

en bij U schuilt, en huivrend wacht, gekluisterd
aan U, en van U leeggeroofd, ontluisterd

tot in de ziel door wat hij heeft bereikt. -
Hoe ver is Hij. Hoe ver. Wat bleef hem van uw Rijk.

Hij had de eenzaamheid met U zeer lief.
Zijn laatste zelfzucht, en uw laatste grief.









13





















volgende bladzijde
Inhoud



aangemaakt: 18-02-2001 Copyright © 2010 by
R. Bruning en Th. Bruning
copyright
laatste aanpassing: 05-03-2010