terug naar werken Henri Bruning
vorige bladzijde



2

Maar allen eisen, dat zijn liefde hen behoort,
en niemand die zijn zielskreet naar uw tuinen hoort;

en niemand die zijn onrust, zijn vermaan verstaat
dat men toch ingaan zou in uw genadestaat:

allen bevrijdt zijn woord van angst en aards verdriet,
zij keren naar hun steden, naar uw liefde niet.

Hoe kwellen eenzaamheid en onaflaatbre pijn
zijn ziel, sinds hij uw stilten liet, om met de mens te zijn.

Want elke stem die spreekt, is als een riet dat breekt,
bederf, dat langzaam langs de stengel leekt

en ook hemzelf ontzuivert, hem ontstelt ten dood, -
waarom hij driemaal - driemaal vruchtloos - vlood.

Hij had de eenzaamheid met U zeer lief, -
zijn laatste zelfzucht, en uw laatste grief.






12





















volgende bladzijde
Inhoud



aangemaakt: 18-02-2001 Copyright © 2010 by
R. Bruning en Th. Bruning
copyright
laatste aanpassing: 05-03-2010