terug naar werken Henri Bruning
vorige bladzijde



D E   K N A A P   E N   H E T   L E V E N


1

Toen hij nog knaap was, stond hij in de dag
gelijk een zwaard staat in de greep der krijgers, -
een fonklend dreigement, een wild en vurig feest
voor d’Onbevreesde, aangegord ten strijde.

O dag die komt! Een jong onstuimig ros
stuift driest en briesend door de strakke landen,
hoog in het zael de Strijder, manen waaien los
en waaien wapprend om de kalme greep der handen;

de wolken zeilen wit ten horizont voorbij,
de wind speelt blinkend over groene weiden
en door het stralend licht, de morgen in, rijdt Hij,
het brede staal geveld, spoorslags ten strijde.

... Zo droomde hij, nog knaap, en in zijn blijde
en ingetogen hart leefde een zekerheid
vervoerd en stil; want als een zwaard was hij,
een hard en vonkend staal, - dat fonkelend zou splijten.




7





















volgende bladzijde
Inhoud



aangemaakt: 18-02-2001 Copyright © 2010 by
R. Bruning en Th. Bruning
copyright
laatste aanpassing: 05-03-2010