lijst van werken
vorige bladzijde



N E O - G O T I E K E R ? 339


vorige bladzijde Ik bidde u, zegent mij:
niet eer en wille ik wapen
        omleege leggen, u
        ontwijkende, eer gij doet
        ontwaken mij dat bloed,
dat al te langen tijd
gerust heeft en geslapen.


Voor deze strijdbare apostel, voor wie het handelen onder de mensen slechts het uitdragen betekent van Christus’ scheppende waarheid, d.i. van Christus’ eeuwig contra, is het leven niet allereerst een kruisbanier, maar een krijgsbanier, die, juist omdat het dit is, een kruisbanier wňrdt. Gezelle had dit ondervonden. Daarom spreekt hij over dit strijden niet met het holle pathos, het gemakkelijke tumult der martialen, maar met de peinzende, geteisterde stem van iemand die al de bitterheid van de goede strijd aan den lijve gevoeld heeft.

Het leven is een’ krijgsbanier,
        door goede en kwade dagen,
gescheurd, gevlekt, ontvallen schier,
        kloekmoedig voorwaards dragen.

Men tuimelt wel, en wonden krijgt
        men dikwijls, dichte en diepe...
’t en vlucht geen weerbaar man, die wijgt,
        of hem de dood beliepe!

Het leven is... geen vrede alhier,
        geen wapenstilstand vragen:
het leven is de Kruisbanier
        tot in Gods handen dragen!
1892

Hij weet, dat het er slechts op aankomt, dit harde grauwe gevecht tot het einde vol te houden: uit te houden.
    Heeft Gezelle zijn kruis dan alleen deemoedig aanvaard en nooit meer als vroeger tot de Doornengekroonde opgezien om zich, gelijk voorheen, volgende bladzijde





















volgende bladzijde
inhoudsopgave



aangemaakt: 22-12-2009 Copyright © 2010 by
R. Bruning en Th. Bruning
copyright
laatste aanpassing: 16-01-2010