lijst van werken
vorige bladzijde



N E O - G O T I E K E R ? 329

vorige bladzijde treurnis, demonie en bedrog werd. – Gezelle daarentegen bleef de aarde als aarde trouw; hij beminde de aarde als aarde, en zijn hemelheimwee (waarover aanstonds uitvoeriger) ontsprong in de tweede periode aan schoner, dieper, menselijker, misschien toch moeilijker te bereiken realia dan roof en treurnis en wroeging.
    Wat somber en donker was in de Gezelle der tweede periode behoorde tot een geheel andere orde dan hetgeen de middeleeuwse wereld, reeds lang voor haar herfsttij, opjoeg: met wroeging en onrust en tenslotte geobsedeerd en verwilderd voortjoeg, voortjoeg door een torment dat slechts de katharsis toeliet van een volstrekt boven-aardse vrede, ver van de aarde en ver van de mens.
    Gezelle leed, terwijl hij vrede was en met het lijden verzoend, aan de scherpe pijn welke de doodservaring in hem losstiet; hij leed aan zijn verlangen naar God, – een God die hier op aarde geen kwelling meer voor hem was, tenzij als een altijd onvolledig genoten vreugde; hij leed tot brekens toe onder de kwellingen der medemensen: de grauwe gedaanteloze doelloosheid waartoe zij – nolens volens – zijn bestaan doemden, en aan het schier volmaakt vergeefse van zijn waarheid onder de mensen. De middeleeuwse mens daarentegen leed onder de verschrikkingen waarmee God hem vervulde, en dit niet enkel tengevolge van die morbide geloofsaberraties waartoe een nog barbaars, primitief gemoed, eenmaal ten prooi aan een somber wantrouwen jegens de natuur en de natuurlijke mens, gemakkelijk vervalt, doch hij leed ook aan God (en zo wel allereerst) op diezelfde schone wijze als de jonge Gezelle, de gekwelde Christus-mysticus met zijn vrome wroeging en zelfverwerping, dezelfde jonge Gezelle die, ondanks de lichte, heldere vrede welke hij aan het einde der eerste periode mocht bereiken, aan de latere Gezelle nochtans geheel vreemd zou worden. God (Christus) obsedeert hem niet meer, integendeel. God – als de volstrekt Zuivere, als de Enige Die is, als de volstrekt Rechtvaardige ook – vertoont zich aan hem niet meer als de vσor alles Vreeswekkende, voor wiens oordeel geen staande blijft. Ook zijn eigen menselijkheid, het eeuwig menselijk tekort, de troebele oorsprongen en aspecten van het deugdenleven, al datgene waardoor de jonge Gezelle en waardoor ook de middeleeuwse mens zich voor God schuldig en nietswaardig moest voelen, kwelt nu zijn gevoelig geweten niet meer met aanklachten vol wroeging en vertwijfeld schuldbesef. Zo volgende bladzijde





















volgende bladzijde
inhoudsopgave



aangemaakt: 22-12-2009 Copyright © 2010 by
R. Bruning en Th. Bruning
copyright
laatste aanpassing: 11-01-2010