lijst van werken
vorige bladzijde



Z I J N  D R A M A 279

vorige bladzijde en tenslotte niet zelden zijn hoon: ‘zoodat op menige plaats de deugd zelf beweerde dat hij buiten hare wereld stond en de vijand was’. [4] En wanneer Mgr Faict oordeelt: ‘Mr Gezelle est fou!’, dan is dit geenszins een opmerking die men met een korrelije zout moet nemen, maar eerlijkste overtuiging, niet met betrekking tot de gehele Gezelle, wel echter met betrekking tot dat toevallig meest essentiële waaruit al dat ‘nodeloze geharrewar’ voortkwam. ‘Jeder, der den Versuch macht, das Leben auf andere Weise zu betrachten als es von der heutigen Weltanschauung gefordert wird, kann und muss erwarten, dass er zu den Unnormalen gerechnet wird.[5] En wanneer zijn overste, ‘van Gezelle sprekend en dezes getrouwsten vriend’, zijn toehoorder toebijt: ‘‘Je les casserai tous les deux!’ (het gaat over Guido Gezelle...), dan formuleert hij met dit vonnis slechts een wil die een logische consequentie is van het geweten dat het zojuist geciteerde oordeel tot het zijne moest maken. Dit vonnis mag dan wellicht slechts geinterpreteerd worden als een begrijpelijke, menselijke, vergeeflijke ontlading van opgekropte gevoelens (waarmee het dan zijn functie had verricht), het is voor de situatie toch tekenend dàt het werd gezegd. Men heeft hiermee tevens het laatste woord bereikt dat deze botsing spreken kan. Deze verontwaardiging toch nadert reeds bedenkelijk de ‘wütenden Prokustes, der Männer, die er fieng, in eine Kinderwiege warf und, dass sie passten in das kleine Bett, die Glieder ihnen abhieb[6] of die moeder welke haar eigen schoonste kinderen verslindt. Men ziet: alle accenten laten zich herkennen, alle gevoelens zijn reëel aanwezig. Geen dier gegriefde en bittere reacties van de niet-scheppende mens op het verschijnen van de scheppende zijn ook Gezelle bespaard gebleven. Het tragische hierbij was overigens niet dat genoemd vonnis werd uitgesproken, maar het oordeel dat eraan ten grondslag lag. Het vonnis mag dan niet geëxecuteerd zijn, het oordeel dat eraan ten grondslag lag moest onverminderd hetzelfde blijven, en dat bleef zonder concessie en onvermurwbaar betekenen: het volstrekt afwijzen van zijn persoonlijkheid; het impliceerde durend de gewetensplicht, deze persoonlijkheid, Gezelle als Gezelle, niet meer aan het woord te laten. Maar hoewel dit zo was en het conflict zich afspeelde op een terrein waar de gevoeligheden het kwetsbaarst zijn, bleef – na Roeselare – dit essentieel conflict voor de rest van Gezelle’s leven latent. Het smeulde ondergronds voort, met slechts kleine verwoede opflakkeringen soms en verbeten uitbarstingen, volgende bladzijde





















volgende bladzijde
inhoudsopgave



aangemaakt: 22-12-2009 Copyright © 2009 by
R. Bruning en Th. Bruning
copyright
laatste aanpassing: 16-10-2014