lijst van werken
vorige bladzijde



D E   N I E U W E   M E N S 225

vorige bladzijde Dit is wel zeer onomwonden en nadrukkelijk; en wel allerminst de toevallige formule van een gelegenheidsgedicht.
    Het was overigens ook zijn onverschrokken inzicht in de menselijke realiteit die deze evangelische houding versterkte. Het onuitroeibaar menselijke van het leven toegeven, is tevens toegeven, dat ook het onkruid onuitroeibaar is, d.i.: schijnbaar verdelgd, opnieuw en op dezelfde plaats even krachtig wortelschiet, opschiet en opnieuw naar zijn volle wasdom groeit. Het onkruid willen verdelgen, het gewelddadig de mogelijkheid willen ontnemen dat het opschiet en verder woekert, betekent in de grond niets anders dan: het leven-zelf willen verdelgen; slechts zo roeit men het onkruid uit. ‘Zich er over te verwonderen, dat de Kerk (of de wereld, H. B.) met ketterijen wordt bezocht, is even ongerijmd als zich erover te verbazen dat iemand koorts krijgt’, luidt het bekende woord van Tertullianus. Het heeft geen zin het gewelddadig uitroeien van het onkruid te verdedigen met de plicht, te voorkomen dat het goede gewas erdoor verstikt wordt, want evenzeer als het onkruid behoort ook het verstikken dóor het onkruid tot de durende realiteit van het leven. Niet alleen voorkomt men dit verstikken niet, doch het is niet mogelijk het onkruid gewelddadig uit te roeien zonder tevens het goede gewas te beschadigen, te breken, te vernielen, en de verwoesting nog groter te maken; het is niet een actuele of toekomstige mensheid voor onkruid behoeden, doch: zèlf veel goed leven (letterlijk en figuurlijk) verdelgen, van Christus’ liefdeleer vervreemden en daarmee: schade toebrengen aan de ziel. Het gewelddadig verdelgen van het onkruid is minstens even schadelijk in zijn uitwerking als het onkruid dat verstikt; het is trouwens zelf een onkruid, - aangezien het een protest is tegen het leven en op zijn beurt en niet minder het goede leven verstikt. Een der schoonste woorden van Christus is het geheimzinnige, dat men het onkruid samen met de tarwe moet laten opgroeien tot het uur van de oogst. En dit was ook een der meest ernstige waarheden waaruit de latere Gezelle leefde:

‘Laat wassen,’ zegt Hij, ‘tot
den oeste toe, en zwarten
        de grijmtauwe in de vrucht; volgende bladzijde




















volgende bladzijde
inhoudsopgave



aangemaakt: 13-07-2009 Copyright © 2009 by
R. Bruning en Th. Bruning
copyright
laatste aanpassing: 16-07-2009