lijst van werken
vorige bladzijde



224 G U I D O   G E Z E L L E,   D E   A N D E R E

vorige bladzijde mannelijk en magistraal Hier ben ik, die schone synthese van goddelijke en menselijke werkelijkheid waarin hij eerst waarlijk adem haalde: van goddelijke almacht die elke menselijke betekenis schier vernietigt, en van menselijke strijdbaarheid en trouw.

**

Reeds als jong priester heeft Gezelle het onverdeeld uitdragen der waarheid als enige opdracht verdedigd; later echter (keerzijde ervan) ook elk geweld, ter verdediging dier waarheid, nadrukkelijk afgewezen. Met geheel evangelische accenten reeds tijdens zijn zwijgen, in het weliswaar niet bijzonder fraaie maar in dit opzicht uiterst merkwaardige gelegenheidsgedicht voor Ameet Vyncke, priester en gewezen pauselijk soldaat:

Sint Pieter, op t laatste avondmaal,
    met hand aan t zweerd geslagen,
zei: Meester, zal de macht van t staal
    niet schermen voor uw dagen?
En: Zal des degens scherp onthaal
    dit krijgsvolk niet verjagen?
Zei: Neen! des Meesters liefdetaal,
    k zal kroone en kruis verdragen,
steekt wer op schee, aan t oorlogstraal
    en moet ge ooit hulpe vragen.
Wordt menschenmeesters, altemaal,
    geen menschenmoorders: dragen
veel liever zult gij zerp en zeer
    en zonde, zonder klagen.
Staat op! t Is gang! Het kruis, geen staal;
    dat zou den tred vertragen
van s Vredenkonings zegepraal
    op s werelds wreedste lagen.
Wordt Priesters! En uw tongentaal
    zij t zweerd, op welkes slagen,
door mij gesterkt, noch steen noch staal
    ooit werstand zullen wagen! volgende bladzijde




















volgende bladzijde
inhoudsopgave



aangemaakt: 13-07-2009 Copyright © 2009 by
R. Bruning en Th. Bruning
copyright
laatste aanpassing: 16-07-2009