lijst van werken
vorige bladzijde



218 G U I D O   G E Z E L L E,   D E   A N D E R E

vorige bladzijde die ontvankelijke jongenszielen) met die eigenheid, volledigheid en onbevangenheid welke mede tot de waarheid van zijn wezen behoorden, als parochiegeestelijke, in Brugge eerst, en later in Kortrijk toen hij zijn innerlijk evenwicht weer geheel had teruggevonden, kn hij dit niet, en uiteraard nog minder: zijn waarheden waren nu eenmaal niet bestemd voor de collectiviteit, ook niet voor die ener parochie. Als parochiegeestelijke kon hij wel de verrichtingen van zijn ambt nederig en toegewijd, met de nauwgezetheid der minnenden volbrengen, ook kon hij in die functie heel de eenvoudige goedheid en menslievendheid zijn die hem van nature eigen waren, ja, hij kon, eveneens, Gods woord verkondigen op een wijze die een onuitwisbare indruk zou achterlaten, maar datgene wat het eigenste, diepste en rijkste van zijn rijke en diepe natuur was, kon hij, als parochiegeestelijke, uiteraard niet zijn: niet geven. Niet in Brugge, en ook niet in Kortrijk.
    Men behoeft als priester niet per se de eigen priesterlijke liefde te zijn: men kan deze, uit gehoorzaamheid, prijsgeven voor een door de Overheid geboden activiteit waarbij de eigen liefde niet of aanmerkelijk minder betrokken is. Doch ook dan blijft de apostolische priesterziel onaflaatbaar op zoek naar een daad waarmede zij haar oorspronkelijke liefde op geoorloofde wijze kan zijn. En ook Gezelle kn niet rusten voor hij zijn apostolische liefde geheel kon zijn.
    Als Gezelle weer gaat spreken, geeft hij zichzelf geheel als dichter. Alleen als dichter kan hij geheel en volstrekt zichzelf zijn; alleen in de scheppende act kan hij geheel en onbelemmerd ademhalen overeenkomstig zijn wezen, asem halen tot waar hij, in God, lust en leven haalt; alleen als dichter kan hij onvoorwaardelijk en zonder beperking zeggen en zijn wat hij is, kan hij het hem - en hem alleen - toevertrouwde dorgeven, aan anderen mededelen. Het is het noodlot van de scheppende mens dat hij alleen in de scheppingsact de hem toevertrouwde waarheid geheel kan zijn, - en misschien is daarom de scheppingsact zijn enige plicht ook - als het er namelijk om gaat de waarheid, die in hm gestalte kreeg en die even onherhaalbaar is als het eigen leven, door te geven.

Het verlangen, ten overstaan van de mensen God te verheerlijken, God in zijn goedheid, God als de meest beminnenswaardige kenbaar te maken, is eigenlijk altijd de grondstructuur van Gezelle's vroomheid, de diepste volgende bladzijde





















volgende bladzijde
inhoudsopgave



aangemaakt: 13-07-2009 Copyright © 2009 by
R. Bruning en Th. Bruning
copyright
laatste aanpassing: 16-07-2009