lijst van werken
vorige bladzijde



A F G E W E Z E N   O O R D E E L 103

wijze de tweede aanwezig. Doch alles wat in de jonge Gezelle voorgrond is geweest, werd in later jaren achtergrond, en wat in de jonge Gezelle achtergrond is gebleven, werd voorgrond toen. En voorgrond is: datgene waaruit men primair en volstrekt leeft. Doch daardoor verandert ook wat achtergrond wordt van wezen en gedaante. Men leeft het immers mèt zijn voorgrond. Het verschil tussen de tweede en eerste Gezelle is een soortgelijk (doch op een geheel ander plan) als dat tussen Paulus en Saulus: Saulus bleef aanwezig in Paulus, en Paulus was reeds met Saulus als mogelijkheid gegeven, en toch zijn beiden volstrekt andere mensen. Lag tussen Paulus en Saulus Damascus, tussen Gezelle’s eerste en tweede periode lag zijn 20-jarig zwijgen. – Het was met die latere Gezelle als met een stuk wereld na een aardverschuiving: de grond moge dan van substantie dezelfde zijn gebleven, de aardlagen liggen anders op elkaar, en het landschap is van wezen en gedaante veranderd: de stroombedding ligt elders en is vervormd; waar heuvels waren, zijn vlakten ontstaan (en omgekeerd); en al leven in de grond nog dezelfde zaden, de bomen van eertijds liggen ontworteld of zijn verzwolgen en er begint elders, op andere plaatsen, een geheel nieuwe vegetatie van jonge stammen en struiken, grassen en bloemen. Vergeefs zoekt men het beeld van vroeger, – en de weg van vroeger...
    Het is dan ook een volkomen onbelangrijke bijzaak dat bepaalde motieven van vroeger ook in de tweede periode nog wel zijn aan te wijzen, en dat de waarheden van toen geenszins hebben opgehouden voor hem waarheid te zijn. Dat is volkomen logisch: wat voorgrond was, werd achtergrond en verdween dus niet volmaakt; en uiteraard verdween uit het leven van deze durend beproefde niet het Kruismotief – al voltrekt zich ook hierin een zeer opmerkelijke en belangrijke wijziging. Men moet Gezelle nemen waar hij in beide perioden het wezenlijkst en diepst zichzelf is, waar hij in beide perioden zijn voorgrond is, waar zijn dichterschap het overtuigendst opbloeit uit de diepste gronden van zijn bestaan en hij de diepst geraakte is en men inderdaad ervaart (voor beide perioden) wáar en ‘hoe diep’ hij lust en leven haalt’. Daar en dan staat er inderdaad een wezenlijk andere Gezelle voor ons, een Gezelle die primair uit volstrekt andere levensbronnen léeft, gevoed en gesterkt wordt en die door geheel andere waarden... vrede, vrijheid en smart is geworden. Daar en dan zwijgt in de latere de vroegere volkomen! volgende bladzijde





















volgende bladzijde
inhoudsopgave



aangemaakt: 13-07-2009 Copyright © 2009 by
R. Bruning en Th. Bruning
copyright
laatste aanpassing: 31-08-2009