WINTER IN HOLLAND 1941

voor Martin Dijkstra

I

De winter is goed, en goed koud,
hij vernielt en verwaait het dood hout;
de straten zijn eenzaam en open
het is goed hier zoo luierend te loopen,
wat hebben wij, jij en ik, nog te hopen?

De zon schijnt koud aan mijn huid,
van bedrog en leven ontledigd;
zij is even berooid als ik
en even bevredigd?


II

Uit een dwarsstraat dreunt marschmuziek aan
en de harde stap van soldaten,
stram regiment in die zon,
stram gelid, stram geluid, in de straten
loom en vijandig gebrom.
Een fluit speelt er hoog boven uit,
dof beukt de slag van de trom
en rondom:
de helmen dof in de zon
en vastbesloten gelaten.




56























aangemaakt: 19-07-2009 Copyright © 2009 by
R. Bruning en Th. Bruning
copyright
laatste aanpassing: 17-12-2009