werken
vorige bladzijde



    — Als 'n pakjesavend: je pakte en pakte en wond af: je vond niets dan een leeg papiertje.
    De schrijfmasjiene tikkert: nerveus en levenloos. Buiten ligt ’n hond: bijt, bijt verwoed in een droog stuk hout.


    Stille, witte hospitaal=zaal. ’n Oud man ontwaakt. - Een der laatste malen.
    Zijn ogen gaan gretig naar het licht: z’n oren vingen een ver, bekend geluid: de rustig=verende ritmiek van een masjiene: ’t fijn blije gonzen van snel=wentelend,vliegwiel. Hij ziet het licht, trillend en zingend in de assen: ’t schamp af van de staag, volhardend=stampende zuigers. Eén regulator — en alles wentelt en stampt gelijkmatig.
    Ogen keren zich angstig naar het kussen. Als wij doden ontwaken, het laatste uur van ons leven. —


    ’n Havenhoek. Er ligt een schipperschuit. De schipper is voor ’n week gestorven. De schuit is te koop: aan een kabel hangt ’t ruw=houten bordje met zwarte onbeholpen letters: star als een doodskop. ’t Rouwvaantje — zwart, met ’n goor wit kruisje — wimpelt op het achterdek: ’t enige dat beweegt: ’t maakt de schuit kleurloos; oud, en stil. Het dek is schoongemaakt en opgeruimd.
    Daarachter in een brede boog de weiden vol ochtendlicht als ’n zilveren bruiloftmuziek. De rievier is transparant en schoon: wit kruivende golfjes ruisen aan land, spoelen zacht=klotsend en groetend langs de roerloze romp: langzaam staren gebogen dieren op en dromen van de verten. Bomen, ongerept, wuiven mild en zwaar hun kruinen die van oneindigheid doorwaaid zijn.
    De stad nerveus gespannen van verhevigd leven: het dravende geslaaf der mensen luid en gejaagd voorbij aan de doodsbaar van Franciscus.
    De schuit verloren, en uitgewist.

51



















volgende bladzijde



aangemaakt: 07-08-2011 Copyright © 2011 by
R. Bruning en Th. Bruning
copyright
laatste aanpassing: 07-08-2011