III


Slechts tot een schóne vlucht bereid
werd leven neerslaan m’n stage strijd.

Veel nederlagen leed ik toen:
met veel verbittring streed ik toen.

Tot ik U vond: Uw milde licht.
Mijn blinde drift hebt Gij gericht.

Genezen ging ik langzaam-aan:
vertrouwend op U is ook dit gegaan:

verbittring is een giftig vocht
en die het dronk, werd er door omgebrocht.

Maar ik, door U, ontkwam deez dood:
ik dreef in U naar een nieuw morgenrood:

Gij, Gij hergaaft me ’n zingender blijheid,
en Gij hergaaft m’een breder tederheid;

een dieper Liefde brand’ en vlamde in mij:
Gij en het leve’: ik kuste zacht U-bei.

Naar beiden o, eindlik mijn dankbre lach
— waarom, waarom dit zó verwoest, zó omgebracht.




47






















aangemaakt: 12-01-2008 Copyright © 2011 by
R. Bruning en Th. Bruning
copyright
laatste aanpassing: 10-08-2011