III


Vader, dit jaargetij
en t was mij lief als geen: dit jaargetij
t glijdt mij voorbij,
                           het doet zo pijn.

Vader,
          Gij zaagt:
mijn lippen fluisterden haar lieve naam
Gij zaagt, Gij zgt
               hoe k goed werd toen
                   gans zacht verzadigd en mijn gaan zacht-blijde.

Vader, t zij dit.
Laat, Vader, dit
Uw zeegning zijn
                          van mijn ontberingen en vele pijn.
Zoekt niet,
                zoekt niet mijn lemen fluitje,
                                                        nacht en dag
maar t vindt niet weer, nooit weer
het kuise schuifel-ritme van haar jonge lach.

En ver en vreemd waait, wuift de lente heen
          over mijn moe-gebogen eenzaamheid.






43






















aangemaakt: 12-01-2008 Copyright © 2011 by
R. Bruning en Th. Bruning
copyright
laatste aanpassing: 10-08-2011