II


Heer, ’t kruis dat ik trok, dag aan dag, over dit lijf
— was het vergeefs;
vergeefs die lange stroeve strijd
met zijn weerbarstigheid.

Heer, het was groot: groot als een ridderzwaard uit vroeger tijd;
Heer, het was zwaar: zwaar, Heer, als ’t dageliks Uw-Wil

geschied’, ontwrongen aan mijn schamelheid;
Vader, ’t was zo beangst, Vader, dit vragen mijner dagen
naar uw veiligheid.

Was het vergeefs,
heel deze lange stroeve strijd
                                        vergeefs.
Neen neen, vergeefs niet, niet vergeefs, nietwaar. Gij staat
mij bij, Gij blijft nabij
— vergeef.

Maar Gij beproeft wel vreemd, wel lang
mijn overgaav’.












42






















aangemaakt: 12-01-2008 Copyright © 2011 by
R. Bruning en Th. Bruning
copyright
laatste aanpassing: 10-08-2011