GEBED


Ik kom tot U die belast ben en beladen.

Mijn wilde nood aan daden

— Uw leven (dertig jaar woestijn-afzondering en een ver­laten kruishout-dood) leerde

dat wij op onze kràchten niet vertrouwen zouden,

maar àlles verwachten van Hem

Die de Heer is der Heerscharen en de Bronaar van alle leven.

Niet een stortende katarakt van kracht, niet een eksplozie van stormende impulzen,

maar mijn leven

— van ogenblik tot ogenblik —

als de gelaten moeder-aarde: zij draagt alles zwijgzaam,

als de Vader Die in de hemelen is: Hij doet zijn zonne schijnen over goeden en kwaden, en over hen allen ook zijn regen dalen,

mijn leven, ons leven — als Uw gekruisigd Lichaam uitgebeurd tussen aarde en hemel: zoenoffer en roep om er­barmen, en niets dan dat, over de holle nacht, de zwarte nacht der aarde.

Ik kom tot U die belast ben en beladen:

dat Gij mijn stilte zijt, mijn pantser in de kerende tumulten der dagen:

mijn glimlach over alle pijn, mijn liefde in iedere vreugd, mijn veste en mijn gelatenheid.

Gij de gelijkmatige rust mijner stem, de milde ernst mijner woorden — dat zij zwaar zijn van U, van U alleen,

dat geen menselik geluk, geen menselike pijn ze dragen,

dat al het menselike, zo Gij wilt, hen vreemd zij.

Maar Gij die kent de rode brand, het zware heimwee van mijn bloed, wees mij nabij,

22






















aangemaakt: 12-01-2008 Copyright © 2011 by
R. Bruning en Th. Bruning
copyright
laatste aanpassing: 08-08-2011