zwaar en sterk als een bergketen,

het lied, dat zou zijn als een onneembare vesting, vermetel leunend over het diepe land,

het lied, dat zou zijn als een klimmende himne — kate­draal, die gans het leven schoort en omspant,

dat lied heb ik nooit, nooit, nooit gezongen: de wereld hing te zwaar aan mijn bloed: Gij — in iedere mensenstem de nadering van Uw gericht: een zware lage wolk die dreigend naderschuift.

En de wereld lag donker-verdoold over den einder, en rustig.








13






















aangemaakt: 12-01-2008 Copyright © 2011 by
R. Bruning en Th. Bruning
copyright
laatste aanpassing: 08-08-2011