mijn stem, bitterheid nam bezit van mijn denken — mijn hart lag als as uiteengewaaid over de verten van vroeger. Mijn woorden scherpten zich kil, mijn ogen verbitsten in hoog­hartige spot — omdat een mens machteloos en weerloos is:

Ik heb mijn lendenen omgord voor de sterke strijd. En mijn ogen werden gewet in een zwaar gevecht. En ik ging onder u rond zingend — en ge wist het niet, — stil zinnende op Gods Barmhartigheid — en ge wist het niet. En ’k heb gedacht: ik zal u allen zingen mìjn lied, het nieuwe lied aan de Vreugde. O, in uwe ogen zal vervoering glanzen, en nog stil nabeven als gij reeds lang weerkeerdet in uwe kameren. Er zal een wondere kracht wassen in uw armen naar de toppen uwer vingeren. Een wijde liefde zal u omvangen en u dragen naar het hart van alle dingen en tot de harten aller mensen. Hoort, hoort, ik zal uw zanger zijn.
   — Maar het lied heb ik dien dag niet gezongen.

Ik ben geschreden naar de blauwe droom der landen: mijn ogen spelend in spelende genegenheid naar de moederlike ritmen der heuvelende aarde, God als een zingend zinderen in mij. Hebben we U lief, God, om de aarde die Gij ons gaaft, om het wonder der seizoenen die Gij hebt uitgezet rond ons als dwaaltuinen en zoete verbeeldingen; om de wateren die ademen aan de randen dezer aarde. — Luistert, o luistert! — Vandaag zal ik het lied zingen!

— Maar het lied heb ik dien dag niet gezongen.

Toen, op een mild gebed heb ik mijn woorden gestemd, en ik keerde naar de steden weer: ,,zij wisten niet wat zij deden, en wat zij deden hebben zij niet gewild. Vergeven wij hen, gelijk Gij ons vergeeft’’. — Wees stil nu, mijn hart, wees stil: het leven gaat verheerlikt openwaaien als wij de pijn aaûnvaarden: over al deze harten ’n zegening. Wacht, wacht mijn hart — —

— Maar het lied heb ik nimmer gezongen.


11






















aangemaakt: 12-01-2008 Copyright © 2011 by
R. Bruning en Th. Bruning
copyright
laatste aanpassing: 08-08-2011