ZONDEN


Zwaar zerken de gewelven dompe keldergang
ergens is schemering van klam val-licht
zij dempt beklemmend deze oude stilte-ruimte

Nervenloos fluitspel lokt het gevaar der slangen nader
— moe glimlachende de speler ’t achteloos bezweert
hoor, in de stilte het schaven der aanschuivende lijven
het sissen
het zoete slanke ritme van de speelse fluit
het wilde fluiten en het wilde sissen
het kalme stillen van de zoete fluit

Hij lokt de brand der ogen naderbij — ้en slang —
en voelt wellustig ’t kille lichaam glijden rond zijn hals en armen
— twee slangen, drie —
en siddert om ’t gevaar dat hij bezweert, bezweert, all้้n —

in de verlaten stilte der gewelven.
Opeens, de fluit — breekt, ’n stuk steekt tussen tanden tegen keel
’n korte worstling
rauwe angst schreeuwt verloren —
in de verlaten stilte der gewelven.
ergens is schemering van klam val-licht
gedempt, beklemmend, ’n achteloze hoon
Zwaar zerken de gewelven dompe keldergang.






8






















aangemaakt: 12-01-2008 Copyright © 2011 by
R. Bruning en Th. Bruning
copyright
laatste aanpassing: 08-08-2011