lijst van werken
vorige bladzijde



Wiegekind



Alles schijnt zo uitverkoren
aan het blanke wiegekind,
dat, nog aan geen droom verloren,
zielsverblijd het daglicht vindt,
argloos, als het wuivend koren
in de jonge zomerwind,
t koren dat eens zal behoren
aan de bete die verslindt.

Maar nog lacht het, wl en helder,
ach, het lacht zo lichtgezind
als de ochtend die te velde
ongetelde blijdschap wint,
als de ochtend die te velde
liefde schenkt en bloemen vindt,
ochtend, dien eens dag zal vellen,
dag die ochtend kent noch mint.

Alles schijnt zo uitverkoren
aan het blijde wiegekind,
doch hoe zielsdroef is de glimlach
die het om mijn lippen vindt;
zielsdroef, en den droom verloren,
zie ik, en ik vrees het kind
als t kortstondig zomerzachte
speelse schertsen van den wind...











88





















volgende bladzijde
inhoudsopgave




aangemaakt: 26-11-2007 Copyright © 2010 by
R. Bruning en Th. Bruning
copyright
laatste aanpassing: 18-02-2010