vorige bladzijde maar de kunstenaar is nu eenmaal vaak tegelijk ook wijsgeer of mysticus, en altijd is hij fijner bezintuigd, gevoeliger, méér de vreugden en smarten van het levensmysterie begrijpend dan ,,de groote massa”. Het verschil tusschen kunstenaar en massa is werkelijk niet alleen; dat de eerste aan zijn ontroeringen gestalte kan geven en de tweede niet. De kunstenaar geeft vaak gestalte aan denkbeelden, visies, gevoelens en ontroeringen; waaraan de groote massa nooit toekomt, gevoelens en ontroeringen waarmede hij zich niet van de werkelijkheid verwijdert maar er juist dieper — dieper dan de groote massa mogelijk is — in doordringt en die de groote massa hoogstens ,,verstaat”, wanneer ze, door den een of anderen welwillenden film-explicateur, herleid zijn tot een dorre, nietszeggende algemeenheid: een platitude, waarin het kunstwerk, en daarmede de vorm, en daarmede het woord, de visie, reeds lang vernield is. — Zoo leefden Dante, Vondel, Rembrandt, Gezelle — om slechts enkele namen te noemen – allen ,,in de klokkenkamer van een zeer hoogen toren”, en men is werkelijk geen laatdunkend snobje; geen arrogant of ,,ongebonden individualist”, als men vaststelt, dat de groote massa hun ,,opgebouwde stellingen” of hun ,,aangeteekende verrukkingen des harten” niet kan volgen. Hoevelen van de groote massa zouden er zijn, die iets van zichzelf (of van den godsdienst welken zij beleven) herkennen in Gezelle’s ,,’t Er viel ’ne keer een bladtjen op het water”, in Jeroen Bosch’ obsessies, in de vredige paneelen van Geertgen tot Sint Jans; hoevelen, die ontroerd stilhouden voor de gevoelige psychologie van Van Scorels portretten; die ontroerd, d. i. tot in hun diepste wezen gegrepen worden door de even simpele als zeldzame zuiverheid van Vermeers doeken; hoevelen, wier diepste wezen reageert op de schoonheid der kathedralen (ondanks alle ,,opdrachten” daarmee en daarin verwerkt en verwerkelijkt). De schoonheid van de ,,compositie” die een kathedraal is, de schoonheid ook van haar details, gaat aan de groote massa voorbij. Er is in dit alles veel te veel mystiek, veel te veel diepzinnige levenswerkelijkheid, veel te veel ,,torenkamer”-leven verwerkt om zelfs maar in overweging te nemen, dat de groote massa dit alles verstaan zou. volgende bladzijde


226

























aangemaakt: 01-03-2008 Copyright © 2009 by
R. Bruning en Th. Bruning
copyright
laatste aanpassing: 09-01-2013