vorige bladzijde oeuvre, en van den maker ervan als van een waarlijk scheppend mensch. Hij schiep dat karakter omdat het met hem in de wereld zijn intrede deed en met hem weer uit de wereld heengaat. Dit allerpersoonlijkst karakter is het kenmerk van alle ,,klassiek” geworden kunst (Rembrandt, Giotto, Rafaël, Goya, Bach, Vondel, Eckhart etc.), ja, een kunstwerk wordt eerst als klassiek, als het mede de persoonlijkste (en dat is tévens de meest gave en zuivere) expressie van een persoonlijkst (d. i. geheel eigen) ervaren heeft gerealiseerd.
    De mensch is altijd allerindividueelst (en daarom onherhaalbaar). Allerindividueelst (en onherhaalbaar) is daarom ook alle waarachtig groote kunst. Zij is — hoe algemeen menschelijk ook van inhoud — altijd ten nauwste verbonden met een persoonlijk levenslot, dat het algemeen menschelijke eerst deed begrijpen en tot een levende verworvenheid maakte. De emanatie van een allerpersoonlîjkst mensch, vertegenwoordigt zij ook een allerpersoonlijkste (van alle andere afwijkende) visie op dat algemeen menschelijke. Onmiddellijk buiten de allerindividueelste expressie begint het ,,epigonisme” (der schraal levenden), of bleef men. . . . . ,,beneden zijn niveau”.
    Geen enkele inhoud, hoe algemeen menschelijk ook van wezen, of hij moet allerindividueelst zijn doorleefd en allerindividneelst gestalte krijgen voor men tot een levende en oorspronkelijke kunst geraakt. Men moet niet meenen, dat Kloos’ beroemde (of beruchte) definitie destijds iets nieuws bracht (zij bracht hoogstens iets aan het licht!), of dat een komende kunst aan dezen norm ontsnappen kan. Sofokles was niet minder allerindividueelst dan Nietzsche, Bredero niet minder dan Gezelle, Gezelle niet minder dan Rembrandt; Rembrandt niet meer dan Vermeer en Vermeer niet minder dan Hamsun; Hamsun niet meer dan Goethe en Henriëtte Roland Holst niet minder dan A. Roland Holst. Elke stem is persoonlijk, en daardoor allerpersoonlijkst en daardoor eerst waarlijk ,,stem”; zij is een zoo zuiver mogelijk, een compleet en concies gestalte geven aan een allerindividueelst zijn, dat een allerindividueelst woord behoeft om zich waarlijk tot uitdrukking te brengen, aan iets dat onverwisselbaar is en ook niet verwisseld mag (kunnen) worden, volgende bladzijde


217

























aangemaakt: 01-03-2008 Copyright © 2009 by
R. Bruning en Th. Bruning
copyright
laatste aanpassing: 09-01-2013