vorige pagina aan dwaalleeren op maatschappelijk en politiek gebied, tevens een einde maakt aan de dwaalleeren op godsdienstig gebied (daarvoor is zij niet geroepen). En indien haar eigen beginselen en doelstellingen op natuurlijk gebied onjuist en betwistbaar zijn, dan toone men zulks aan met het programma, háár programma.

Ten vierde. Het nationaal-socialisme (want daarover spreken wij toch) maakt een einde aan de politieke partijen. Het is duidelijk, dat de voormannen van die partijen niet de meest aangewezen lieden zijn om een objectief oordeel te hebben over degenen, die hen bestrijden (en a. h. w. naar het leven staan). Zij zijn dit reeds hierom niet, omdat het nationaal-socialisme tot een gedachtenwereld behoort, die precies tegenovergesteld is aan die waarvan de demoliberale partijpolitiek een der exponenten is. Een dergelijke tegenovergestelde, fundamenteel andere gedachtenwereld maakt men zich nu eenmaal niet in twee, drie, vier jaar eigen, noch doet men ze af met drie, vier, vijf te hooi en te gras bijeengelezen uitspraken. Zij, die een overtuiging bezitten, weten zulks. Duidelijk moge derhalve zijn, dat een kerkelijke overheid, die tot een veroordeeling van een politieke beweging besluit, zich op de allerlaatste plaats moet laten adviseeren of beïnvloeden door degenen, die in het door die beweging bestreden kamp de eerste trom roeren. Deze lieden zijn op zijn minst genomen bevooroordeeld, d. i. onbetrouw­baar — hoe eerlijk zij subjectief overigens ook mogen zijn. Vervolgens strijdt men niet enkel (zoo lieftallig is het leven nu eenmaal niet) voor zijn bedreigde overtuiging, maar eveneens voor zijn bedreigde ,,positie’’, en naarmate deze een rol speelt wordt de mensch ook minder scrupuleus in zijn middelen om den tegenstander verdacht, veroordeelenswaardig te maken. Hoe veel, hoe lustig en ,,gewetensvol’’ er gedurende de laatste jaren over het Duitschland van Adolf Hitler gelogen en gelasterd is, hebben de ontnuchterende feiten genoegzaam bewezen. Dit moge tot eenige behoedzaamheid manen, ook ten overstaan van degenen, die zoo ,,gewetensvol’’ gestreden (bestreden) hebben, en het moge voor de kerkelijke overheid een reden te meer zijn om elke partij-invloed uit haar omgeving te weren wanneer zij zich opmaakt om een oordeel uit volgende pagina


114

























aangemaakt: 01-03-2008 Copyright © 2009 by
R. Bruning en Th. Bruning
copyright
laatste aanpassing: 19-10-2009