vorige bladzijde van vandaag, is hij iemand, die vrij is van minderwaardigheidsgevoelens, maar ook vrij van ,,overwaardigheidsgevoelens”, iemand, zooals Huizinga opmerkt, met een ,,relatief geringe neiging tot zelfverheerlijking en zelfverheffing.” Maar dat is nu juist het typische kenmerk van een volk in verval, van een verburgerlijkt volk, èn: van den klein-liberalen bourgeois of klein-burgerlijken liberaal. Met verleden eeuwen strookt deze geestesgesteldheid zeker niet. Er is méér in onze geschiedenis dan de episode, waarop het citaat van Motley wijst, dat zulks bevestigt. Een: lévend volk, een niet-verburgerlijkt volk, een volk dat zich niet uit de historie heeft teruggetrokken, bezit een ,,grosse Eigendünkel”. Precies zoo als de afzonderlijke mensch. Waarom de mensch? Omdat de mensch niet enkel een levenskracht, maar ook een scheppingskracht vertegenwoordigt; hetgeen niet enkel het vermogen is ,,de krachten der natuur te overwinnen”, maar ook de krachten van het (menschelijk) leven zédelijk en gééstelijk gestalte te geven. Dit is zijn koningschap, en dit koningschap is zijn trots. Een levend volk nu is van eenzelfde scheppingswil en scheppingskracht èn -trots doortrild.
    Maar wat is thans de ,,grosse Eigendünkel” van den Hollander? Zijn prat gaan op ’n stel quasi-deugden, ’n stel burgermansdeugden. En wat is nu het typische bij dézen (bizarren) ,,Eigendünkel”? Dit: dat die Hollander zonder minderwaardigheidsgevoelens en zonder overwaardigheidsgevoelens, zonder zelfverheerlijking en zelfverheffing plotseling (gelijk Huizinga terecht opmerkt) tot een ,,nationale zelfverguizing” in staat zal blijken. Maar wannéér? Wel, wanneer men hem zou vragen zijn land en volk weer groot te maken overeenkomstig een groot verleden. Op dat moment vervalt hij tot nationale zelfverguizing, omdat.... omdat op dat moment iets van hem geëischt gaat worden, omdat de herinnering aan dat verleden zijn quieto vivere onrustbarend zou ondermijnen, omdat dat verleden elke sanctie onthoudt aan zijn vaal, ingemetseld bestaan van zelfzucht; omdat hij alles wat dit bestaan aanrandt háát. Daarom komt hij tot nationale zelfverguizing. Zie, maar dat is ook het moment waarop de zoetjes-zelfgenoegzame bourgeois, de bourgeois satisfait, de bourgeois zonder minderwaardigheidsgevoelens en volgende bladzijde


24

























aangemaakt: 01-03-2008 Copyright © 2009 by
R. Bruning en Th. Bruning
copyright
laatste aanpassing: 04-01-2013