vorige bladzijde en volop de ,,ondeugd” der engheid. Maar dat uit dit enghartige wel eens iets groots kan groeien, of er ooit uit gegroeid is, ziet, dat is nu juist een typische bourgeois-illusie (waardoor hij zijn ,,quieto vivere” opnieuw kan bestendigen).
    Natuurlijk, er zijn in Holland schilders geweest (de zeventiende eeuw was er rijk aan), die de kleine dingen des dagelijkschen levens hebben verbeeld. Ik herinner slechts aan hen, die den ,,dikken, rolronden ellendeling” der schuttersmaaltijden hebben vereeuwigd. Inderdaad, het kleine is bij deze kleine schilders steeds klein gebleven. — Toch zijn er in die eeuw schilders geweest, die het vermochten, ook de geringe dingen des levens een accent van eeuwigheid te geven; ik noem slechts Rembrandt, Vermeer, de Hoogh, Seghers. Doch deze menschen hebben nimmer ,,met kleine maten” gemeten: zij waren juist menschen, die ,,de groote motieven waar heel de lyrische wereldpoëzie steeds op berust heeft” als hun persoonlijk levensbezit (hun levensdoem wellicht) meedroegen. Alleen grootbezielde kunstenaars zijn in staat ook het kleine, dat zij uitbeelden, van een groot en schoon levensgevoelen te doordrenken. In een groot levensrhythme kan het kleine worden opgenomen. Doch een klein levensrhythme blijft altijd klein: gezellige snaakschheid of snaaksche gezelligheid. En zooals het in de kunst is, is het ook in het leven eener natie. Waar, in welke geschiedenis heeft het kleine ooit iets groots tot stand gebracht? Een natie, die kleine gevoelens cultiveert, blijft ook klein in haar daden: steriel: zij heeft geen werkelijkheidszin en vergaat. Zij vergaat luisterloos als ,,ons Nederlandsche Volk” heden. Een volk is alleen tot groote daden in staat, wanneer het door een groote bezieling, een groot beginsel bewogen wordt. En wat is een bezieling anders dan de verloochening van alles wat klein, eng en particularistisch is; men leze, in dit verband, ons volkslied, ons ,,Wilhelmus van Nassouwe”, nog eens over! — Men kan het kleine niet ,,optillen”, men kan er zich alleen boven uit tillen!

    Maar nog heeft de Hollander àndere ,,voortreffelijke”, voor hem zg. typische kanten. Immers, beoordeeld naar den grooten hoop volgende bladzijde


23

























aangemaakt: 01-03-2008 Copyright © 2009 by
R. Bruning en Th. Bruning
copyright
laatste aanpassing: 04-01-2013