vorige bladzijde Daarom bestaat er geen grooter misdaad aan een volk dan zijn zuiver oordeel te ondermijnen en het de natuurlijke waarheden des levens te ontnemen. Het is het begin van den chaos, van de ontreddering. — Dit wil geenszins zeggen dat men een volk dom moet houden, maar alleen: dat men het niet critisch moet maken. Critische zin is volksverdomming, volksvernietiging. Een volk is voor iets beters en schooners bestemd dan critiek, namelijk: voor het bezit en het beleven der waarheid. Niet voor een leven (zoeken) náár de waarheid, doch voor een leven uìt de waarheid.
    En ten tweede meen ik, dat wij op onzen critischen zin dus heusch niet zoo ,,trotsch” behoeven te zijn, — zelfs niet als wij zouden aannemen dat hij meer vertegenwoordigde dan het laffe burgermansgemeier dat wij thans kunnen constateeren.

    Wat vervolgens onmiddellijk aan den Hollander moet opvallen is zijn ,,vrijheidszin”. Men zegt: hij blijft graag baas ,,op eigen erf”. — Bezien wij echter de werkelijkheid om ons heen, dan vragen wij onwillekeurig: op welk eigen erf? Wil hij het eigen léven graag zelf richten, leiden, bepalen en aldus in handen houden? — Eén ding houdt de huidige Hollander graag in handen, en dat is zijn hachie. Maar als men hem dat hachie gunt en daarbij nog zijn centjes, — nu, dan verkoopt en verkwanselt hij graag alles waarop een mensch als mensch, d. w. z. als bouwer aan zijn geestelijke zelfstandigheid, prijs stelt; dan wordt hij de slaaf en de geestelijke bezitlooze van alles en iedereen: van zijn baantje, zijn baasje, zijn centjes en zijn promotie; dan blijkt hij tot precies dezelfde corruptie in staat als de centenpoen overal elders; dan blijkt de ,,publieke eerlijkheid”, waarvan Huizinga vrij hoog opgeeft, maar een zeer pharizeesch vernisje (men leze de kranten èn . . . . men weze núchter!). Als er ergens een mensch leeft, die géén eigen erf bewaakt, noch geestelijk, noch nationaal, noch maatschappelijk, en dezen eerloozen en onterfden staat aanvaardt; als er ergens een mensch leeft die géén vrijheidszin meer bezit, dan de Hollander heden, deze vale slaaf van zijn hachie en zijn baantje.
    Maar beoordeeld naar den uiterlijken schijn van heden, naar den volgende bladzijde


19

























aangemaakt: 01-03-2008 Copyright © 2009 by
R. Bruning en Th. Bruning
copyright
laatste aanpassing: 04-01-2013